Binnenklimaat, vaak klachten!

Binnenklimaat ervaren wij als “warm” of “koud”. Er zijn echter nog meer factoren die ons klimaatgevoel beïnvloeden. Naast temperatuur spelen ook de relatieve luchtvochtigheid, de luchtsnelheid en de warmte- of koudestraling een rol. Daarnaast maakt het ook veel uit hoeveel kleding je aan hebt en of je je veel beweegt of alleen maar stil zit.

Arbeidshygiënisten krijgen vooral ’s-zomers nog al eens de vraag hoe warm het op een werkplek maximaal mag zijn. Het is dan lastig uit te leggen dat die vraag niet zonder meer te beantwoorden is met het noemen van het aantal graden.

We kunnen daar pas antwoord op geven als we gerekend hebben met de bovengenoemde gegevens.

We rekenen daar de zogenaamde Predicted Mean Vote (PMV) mee uit. De PMV is een indexgetal waarvan elke waarde een betekenis heeft. Als de PMV-uitkomst “0″ is, dan spreken we van een optimaal binnenklimaat. Bij een negatieve PMV gaan mensen het kouder vinden; bij een positieve PMV vinden mensen het warmer.

Het is onmogelijk om een binnenklimaat te scheppen waarbij alle mensen tevreden zijn. Bij een optimaal binnenklimaat (PMV=0) blijkt altijd nog 5% van de mensen ontevreden te zijn. Als grenswaarde accepteren we een ontevredenheidsscore van 10%. De PMV is in die situatie -0,5 (het is dan te koud) of +0,5 (het is dan te warm).